synopsys

Baba is 76 jaar en leeft in een handgemaakte kar. Deze kar duwt hij tussen de rituelen door enkele meters vooruit. Het ritueel dat Baba meerdere uren per dag uitvoert heet “dandavat parikrama”. Het houdt in dat Baba zich in zijn volle lengte uitstrekt op de grond, een steentje bij zijn handen plaatst en vervolgens weer opstaat. Deze handeling herhaalt hij 111 keer, met 111 stenen. Daarna mag hij zich pas naar voren verplaatsen, met een afstand die precies overeenkomt met de lengte van zijn lichaam. Tijdens dit ritueel richt Baba zich tot Krishna, die de God is van de berg Goverdhan, waar omheen hij zijn ritueel uitvoert. Per dag legt hij een afstand van dertig meter af op de weg die rond de heilige berg loopt. Om de hele weg af te kunnen leggen heeft hij drie tot vier jaar nodig. Baba is vastberaden om deze route te blijven herhalen tot aan zijn dood. Bij iedere steen die hij op de grond legt, is hij een stukje dichter bij zijn einddoel: het bereiken van verlichting.
Baba’s broer doet hetzelfde ritueel, maar dan een paar meter verderop. Door het observeren van de twee broers tijdens hun dagelijkse gezamenlijke kopje thee zien we de menselijke kant van Baba naar boven komen. Naast een heilige Baba is hij dan ook een gewone, oude en geïrriteerde man, die zich door niemand de les wil laten lezen. Zijn stugheid komt terug in de vorm van de film. Door ruime kaders die statisch op Baba gericht staan, zien we hoe de drukke wereld om hem heen beweegt. De wereld waar hij geen deel meer van wil uitmaken en van probeert los te komen.
De kleurrijke geluiden en beelden worden vormgegeven op een nuchtere, observerende en bijna cynische manier. Desondanks weet de maker hier doorheen het eenzame en misschien wel tevergeefs streven van de oude Baba te laten zien